Zo kunnen we oneerlijke concurrentie van de platformeconomie bestrijden

platformeconomie

Lekker goedkoop mensen aan het werk zetten, zonder juridisch werkgeverschapsrisico’s te lopen. Dat is het businessmodel van bedrijven in de zogenaamde “platformeconomie” waar zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) worden aangeboden of gebruikmaken van de Regeling Dienstverlening aan Huis. Alle risico’s van ziekte en belastingaanslagen liggen bij de (vaak jonge) zzp’er. Zo maken onder andere UberEats en Temper handig gebruik van zzp’ers die hun diensten aanbieden tegen lage tarieven. Deze zelfstandigen verdienen veelal niet eens het minimumloon, laat staan iets extra’s voor vakantie. Dit is de basis van oneerlijke concurrentie door deze vorm van platformeconomie.

De bedrijven en particulieren die deze diensten inzetten denken goedkoop uit te zijn, maar onderschatten de risico’s die zij als inlenende partij lopen. Maar ja: who cares?

Werknemer of zzp’er?

Hoe zit het model in elkaar? Een werknemer in loondienst kan belastingvrij een bedrag van
€ 6.450,- bijverdienen, daarna dient hij belasting af te dragen. Dat is niet zoveel als het lijkt: die bijverdienste komt al snel neer op een ruime € € 500,- per maand. Daar zit je zo aan als student of scholier.

Daar hebben de platformen een oplossing voor. Platvormen als UberEats, Temper en anderen bieden een digitale omgeving waar vraag en aanbod bijeen worden gebracht. Deze platformen bieden ook een keurige begeleiding voor aanbieders om zzp’er te worden.

Zzp’ers kunnen meer belastingvrij verdienen. Als je als zzp’er aan de slag gaat, ben je ondernemer en dan gelden andere regels. Het belastingvrije inkomen van een ondernemer, rekeninghoudend met zelfstandigenaftrek (€ 7.280,00), startersaftrek (€ 2.123,00), mkb-winstvrijstelling (14%), algemene heffingskorting ( 1.971,00) en arbeidskorting (€ 3.103,00), komt neer op een bedrag van € 25.545,-. Dat is dus een verschil van € 19.105,- belastingvrij!

Geen werknemer, geen verantwoordelijkheid

Werken met zzp’ers heeft ook een groot voordeel voor het platform. Bij het uitvoeren van het werk door de zelfstandig ondernemer wordt verder niet meer gekeken naar wat arbeidsomstandigheden zijn of welke risico’s de zzp’er loopt. Deze zaken vallen buiten de verantwoordelijkheid van het platform. Zo’n platform faciliteert wel de financiële afwikkeling en ontvangt een commissie van één of beide partijen. Kortom alles is geregeld, behalve het juridische werkgeverschap.

Welk risico loopt een zzp’er?

Om de risico’s te begrijpen, maken we een vergelijking. Stel dat een 27-jarige bedieningsmedewerker in loondienst is bij een Horecabedrijf die de CAO van Koninklijke Horeca Nederland aanhoudt. Deze heeft een bruto uurloon van € 12,48. In dit geval kost hij zijn werkgever een bruto uurlast van zo’n € 21,- euro. Dat extra geld betaalt de werkgever aan een verzuimverzekering en pensioenlasten. In deze uurlast is ook een gedeelte opgenomen voor het doorbetalen van de medewerker bij kort verzuim.

Stel, de schoonmaker is niet in loondienst maar werkt . Dit platform biedt schoonmaakhulp aan voor slechts € 12,31 per uur (€ 14,90 inclusief BTW). In dit geval heeft de schoonmaker geen zekerheden, opbouw pensioen, doorbetaling bij ziekte, enzovoorts. Dus bij een gebroken pols, een virusinfectie of zwangerschap krijgt de medewerker NADA NIENTE (=niets). Met zo’n laag uurtarief blijft er namelijk geen geld over om verzekeringspremies, laat staan pensioenpremie, te betalen.

 

Welk risico loopt de afnemer?

Wettelijk dienstverband

Door zzp’ers in te zetten, heeft de platformeigenaar geen enkele verantwoordelijkheid. Aan de andere kant zijn er wel verantwoordelijkheden en risico’s voor de “inlener”(= afnemer van de diensten).

Er is een heel groot risico waar niet expliciet voor wordt gewaarschuwd bij het aangaan van de overeenkomst. Als jij een schoonmaker via een site inhuurt, wordt je opdrachtgever. Huur je iemand vaker in, dan zou de ingehuurde zzp’er (schoonmaakhulp of bedieningsmedewerker) op termijn kunnen claimen, dat er sprake is van een dienstverband. Met de huidige wetgeving zou dat bovendien nog heel makkelijk kunnen worden aangetoond. Dat weet de inlener veelal niet en er is ook geen hond die de inlener op dit risico wijst.

Wet ketenaansprakelijkheid

Iedere inkoper van “arbeid” heeft te maken met de wet Ketenaansprakelijk. Die wet stelt de Belastingdienst in staat om niet geïnde inkomstenbelasting te verhalen op de gebruiker van de dienst. Als een horecaondernemer bijvoorbeeld een bedieningsmedewerker heeft rondlopen en geen inkomstenbelasting of zelfs de BTW afdraagt, kan de materieel werkgever een brief van de Belastingdienst verwachten met het verzoek om te betalen, veelal gewoon een belastingaanslag. Dat bedrag kan oplopen tot tienduizenden euro’s, zo niet meer. Deze wet geldt voor alle opdrachtgevers, ook als je een poetshulp in huis inhuurt. Er is maar één manier om gevrijwaard te kunnen voor de arbeid/werk-gerelateerde diensten, dat is via een zogenaamde G-rekening. Maar daar dat wordt door deze platformeconomie-partijen niet gefaciliteerd… Die kunnen het ook niet, aangezien ze geen juridisch werkgever zijn. Kortom hier ligt een groot gevaar op de loer, welke veelvuldig door de Belastingdienst in de praktijk wordt gebracht!

Oneerlijke concurrentie

Het is logisch dat ondernemers kiezen voor zzp’ers. Een zzp’er kent geen minimumloon en mag werk dus aannemen tegen een bepaalde aanneemsom zonder daarbij verantwoording af te leggen over het aantal gewerkte uren.

Een zzp’er kan bijvoorbeeld zeggen: “Ik zorg dat jullie keuken aan het einde van de avond weer spik en span is. Dat kost u 40 euro”. Een heel aantrekkelijk voorstel voor de uitbater van een restaurant. Daar kan deze het zelf niet voor doen, want de avond duurt van 19.00u tot 23.00 uur. Als de uitbater iemand in dienst zou nemen, zou deze met minimumloon en werkgeverslasten uitkomen op minstens € 60,-. Daarbij loopt de uitbater dan het risico om het loon te moet doorbetalen bij kort verlof of ziekteverzuim.

Zo’n ondernemer heeft de rekensom snel gemaakt… “Doe mij maar die zzp’er!”

Hier klopt natuurlijk helemaal niets van. Het is oneerlijke concurrentie, ook tegenover uitzendbureaus of gespecialiseerde dienstverleners die wel zorg voor hun medewerkers dragen.

Oplossing: verbeter de wet

Daarom pleit ik ervoor dat het minimumloon (ofwel een uurvergoeding die marktconform is) wordt meegenomen in de zzp-wetgeving. Ook pensioen- en verzekeringspremies dienen te worden verbonden aan de vergoeding. De zelfstandige hanteert een tarief gebaseerd op het wettelijk minimumloon, een cao of de inlenersbeloning. Daarbij dient een wettelijke opslag gehanteerd te worden voor sociale premies, vakantiegeld, vrije dagen, scholing en verzekerings-& pensioenpremies.

Stap twee is dat de schriftelijke opdrachtovereenkomst tussen zzp’er en inlener aan minimale eisen moet voldoen. Het moet duidelijk zijn welke risico’s de inlener loopt. Dat is de zorgplicht van de zzp’er die zijn diensten aanbiedt.

Stap 3 is de “verplichte urenregistratie van zzp-ers”. De zzp’er moet deze altijd delen met de inlener/opdrachtgever en de belastingdienst. De belastingdienst baseert vervolgens de aanslag inkomstenbelasting aan de hand van het wettelijk minimumloon, een cao of de inlenersbeloning, De ketenaansprakelijkheid blijft nog steeds van kracht, dus is de cirkel weer rond. Nu wordt het een eerlijkere wereld, waarbij de overheid alle ondernemers over één kam scheert en waarbij concurrentie op normale gronden (expertise, vakbekwaamheid) tot stand komt.

Ook platformen die diensten aanbieden hebben een zorgplicht. Zij dienen zowel vraag- als aanbodzijde helder te informeren over risico’s. Vraag en aanbod komen bij elkaar binnen de wettelijk kaders en binnen een rechtstaat waar we met z’n allen zorg voor voor elkaar dragen. Dit komt de platformeconomie ten goede. Transparantie en betrouwbaarheid, daar gaat het om!